Perception

So called ‘bottom up’ psychological theories describe perception as a modular and linear process: basic sensorial information, objectively measurable as biochemical activity and neuronal impulses, is gradually structured and organized in more complex patterns and forms that are in essence meaningless. Meaning is attributed by higher cognitive functions in the last stage of the perceptual process in what is called the interpretation of the object.

This simple mechanical model has guided research into artificial intelligence aimed at imitating speech and visual perception by machines and computers. However, the basic assumption of this model, linearity, revealed to be a fallacy.

Higher cognitive functions intervene in the perceptual process at a much earlier stage. Our attention itself is already directed towards certain objects or aspects of an object by our experience and memory: sensation is therefore in essence subjective, albeit objectively translatable to quantifiable biochemical and neuronal processes. The subject who looks at art has a preconception about the object of art that he is looking at and this prejudice is deeply embedded in his knowledge and understanding of (the history of) art. Patterns and forms that structure these sensations into a more complex ‘Gestalt’ might even be innate a priori categories of our mind, as Kant argues in his “Kritik der reinen Vernunft”: the necessary condition for an object to be perceived by a subject, is the existence of these categories in the subject itself. Therefore, interpretation cannot be construed as an objective and linear process, but has to be described as a bottom up and top down phenomenon: by definition, perception or the attribution of meaning to a sensorial experience is a subjective process in which different modules intervene synchronically as parallel processes.

Greet Billet deconstructs perception by the juxtaposition of different shades of white, and black that appear to be linear gradations. These different shades or gradations are randomly associated with the different stages or modules of the linear bottom up theory of perception, thereby undermining the basic assumption of this theory. This randomness symbolizes that perception is a process of synchronic or parallel modules.

Reflectie over mijn werk

Op theoretisch vlak tracht ik met mijn meest recente werk de mogelijkheden te exploreren van de communicatie op het vlak van de overdracht van betekenissen. Voor een individu kan een object of een gebeurtenis een eenduidige betekenis hebben, of alvast op een bepaald moment in de tijd ondubbelzinnig zijn, de communicatie over dit object of deze gebeurtenis brengt steeds de onmogelijkheid aan het licht om deze eenduidige betekenis te delen. De diverse actoren die betrokken zijn in een concrete interactie zullen steeds vanuit een eigen socio-cultureel maar ook individueel bepaald referentiekader omgaan met informatie. Daardoor brengen ze elk hun eigen ‘interpuncties’ aan: ze creëren hun eigen interpretaties van het object of van de gebeurtenis. Zo manifesteert communicatie zich als een fundamentele onmogelijkheid om betekenissen te delen of mee te delen.

Deze paradox van de communicatie, die door communicatiedeskundigen als Watzlawick reeds in de jaren zeventig werd blootgelegd, verhult echter een nog dieper liggende impasse van onze mogelijkheid om betekenis te geven aan de wereld. Betekenissen kunnen niet enkel niet gedeeld of meegedeeld worden, als individu sta ik zelfs voor de onmogelijkheid om een object of een gebeurtenis op eenduidige manier voor mezelf betekenis te geven. Elke taalvorm schiet fundamenteel tekort om de volledige betekenis van een object of gebeurtenis op essentiële wijze te vatten. Iets van het object of de gebeurtenis ontsnapt steeds aan elke poging om ze te betekenen.

Een centrale plaats in een aantal van mijn werken wordt ingenomen, door het getal. Getallen lijken de meerduidige dynamiek van een eindeloos interpretatieproces te stoppen; een getal lijkt een object of een gebeurtenis te fixeren in een eenduidige constante. Deze lijkt meedeelbaar en ook voor elk individu eenvoudig, maar zodra het getal gefixeerd is, worden tal van berekeningen en permutaties uitgevoerd waardoor deze eenduidige constante weer een speelbal wordt van een interpretatieproces dat nooit op een eindpunt stoot.

Bij de betekenisgeving van objecten onderzoek ik onder andere hoe we ons verhouden tot de objecten die ons verlangen aanwakkeren. Geen enkele taalvorm lijkt in staat om de unieke aantrekkingskracht die van een uniek object van verlangen uitgaat uit te drukken. Eerder lijkt het zo dat objecten hun aantrekkingskracht verliezen zodra we kunnen uitdrukken wat ons erin aantrekt: de objecten worden dan vervangbaar, elk ander object dat aan dezelfde kwalificaties beantwoordt, zou ook kunnen voldoen, maar dat is niet het geval. Eens te meer lijkt taal niet in staat om precies te fixeren wat iets is of waarom ik ernaar verlang. Toch begrijp ik dat verlangen op een of andere manier: ik voel het als een intuïtie of in mijn lichaam. Taal lijkt zich echter niet te lenen om die intuïtie op een eenduidige manier uit te drukken. Is dat omdat de intuïtie zelf niet eenduidig is?

Greet Billet

“Cut Me”, Denkruimte – Tekenruimte : De Paradox in communicatie

Wanneer verwordt een willekeurig tot stand gekomen oorzaak- en gevolgrelatie tot communicatiestoornis? Zowel het stellen van de vraag als het formuleren van mogelijke antwoorden, bekleden sinds 2005 een centrale plaats in het werk van kunstenaar Greet Billet.

Het traditionele communicatieproces wordt vandaag a priori ondergraven door een stoornis op metaniveau. Het percipiërende subject hoeft niet langer te getuigen van negatieve selectiviteit om aan de essentie van een boodschap voorbij te gaan. Tegenover het bestaan van de illusie als zou een concrete communicatiesituatie getypeerd kunnen worden als een proces van eenduidige betekenisoverdracht, staat de Paradoxale realiteit van het communicatieproces als een ontstaan van complexe kluwens van diverse, vaak uiteenlopende interpretaties. Zich zeer bewust van deze hedendaagse mentaliteit realiseerde Greet Billet hierop met het “Cut Me”_project een scherpzinnige kritiek, uitgewerkt in een haar eigen strakke, industrieelwetenschappelijk aandoende vormentaal.

Doordrongen van fascinatie voor de Paradox in communicatie, confronteert Greet Billets werk de toeschouwer met zichzelf hoe hij als mens krampachtige pogingen onderneemt de door hem waargenomen werkelijkheid te begrijpen door deze te onderwerpen aan schema’s en tekensystemen. Hoewel deze schema’s en tekensystemen niet eigen zijn áán de natuur maar slechts als bedenksels van de mens worden toegepast óp de natuur, leeft al te vaak de vooronderstelling dat zij een eenduidige, universele waarheid vertegenwoordigen. De kern van deze gedachte wordt met name uitgewerkt in Greet Billets “Randomly Structured”_reeks (2005), de pseudowetenschappelijke weergave van een wereld van binaire structuren als resultaat van willekeurig tot stand gekomen relaties. Het subtiel chaotische karakter van deze reeks verzinnelijkt de tekortkoming van schema en tekensysteem.

In de “Watching Pornography”_reeks (2005) en de “Jump”_reeks (2005) blijkt Greet Billet schema en tekensysteem gunstiger gezind te zijn. Zij leiden niet langer tot chaos maar maakt via haar ordenende principes ruim baan voor een erg aparte vorm van figuratie. Greet Billet herhaalt deze benadering van de representatie overigens in de door en door vrouwelijke “Venus”_reeks (2006) waarin zij zich toont als een zelfbewuste jonge vrouw met oog voor de plaats van de vrouw in heden en verleden. In de uitwerking van het figuratieve in de “House”_serie (2005) en in de reeksen “Watching Pigs” (2006), “Circles” (2006) en “Skulls” (2006) schemert dan weer een referentie door naar de platonische ideële vorm.

Wat Greet Billet met het “Cut Me”_project tot stand brengt is niets minder dan een interessant onderzoek naar het wezen van de domeinen der perceptie en interpretatie. Zij staat sceptisch tegenover het geloof in de ratio. Zij stelt eenduidige betekenissen voortdurend in vraag, zonder in haar kritiek hierop zelf te vervallen in een gelijkaardige doctrine. Greet Billet zet aan tot nadenken.

Joris D’HOOGHE

cut me

Denkruimte - tekenruimte

Greet Billet (°1973) is grafisch kunstenaar en geeft les aan de Hogeschool Sint-Lukas Brussel. In het verleden exploreerde ze met haar verrassende etsen de actuele, ruimtelijke mogelijkheden van deze eeuwenoude techniek (Ink en Toner, De Markten, 1999).

Haar nieuwe werk stelt de ruimte opnieuw centraal, maar dan als denkruimte, tekenruimte, ontmoetingsruimte, ... Greet Billet plaatst haar werk waar je het niet verwacht. Zo nodigt ze de kijker uit om letterlijk en figuurlijk een kijkje te nemen in haar denkruimte en zo een eigen bijdrage te leveren tot dit ‘work in progress’.

Greets project vindt plaats bij Fred, een eigenzinnige en kunstminnende kapper, die zopas z’n eigen werkruimte wist te creëren in het hartje van de Sint-Gorikswijk, broeiplaats van al wat beweegt in Brussel. Een kapsalon is een ontmoetingsplaats waar esthetiek op een zeer alledaagse manier centraal staat en mensen letterlijk aan zichzelf (laten) werken. Een geschikte plaats dus voor Greet Billet om de klanten en andere passanten inzage te geven in haar eigen werkproces.

Greet Billet toont tekeningen op grote vellen kalkpapier. Op het eerste gezicht lijken het technische schema’s of werkschetsen. De opstelling geeft een voorlopige indruk. Als tekening reveleren ze iets van de fundamentele onmogelijkheid om betekenissen op een statische, cijfermatige of ordelijke wijze te fixeren. Ze verschijnen hier eerder als voorlopige en dynamische processen met een eindeloos complexe gelaagdheid en onderlinge verwisselbaarheid. Hun subjectieve karakter schuilt in de komische toets die Greet Billet in haar werk legt. Zo is werken voor Greet Billet een eindeloze beweging, met rustpunten, maar zonder eindpunt.

De werkruimte van Fred is vanaf 20 april ook de tekenruimte van Greet Billet. Zo kan je tijdens een knipbeurt je eigen denkruimte creëren en met haar denkwerk aan de slag gaan. En om de 6 weken is er een nieuwe vernissage. Net wanneer je je uitgroei moet laten bijkleuren.

Greet Billet nodigt je uit voor de opening van ‘cut me’ op donderdag 20 april. Vanaf 19u00 bij Fred – Justacut – Rijke Klarenstraat 9 in 1000 Brussel. Op donderdag 8 juni volgt dan een eerste update, met nieuwe tekeningen, herschikkingen, ....

cut me

Vernissage 01 20/04/06 (21/04/06 – 03/06/06)

Vernissage 02 08/06/06 (09/06/06 – 01/08/06)